Kost het begeleiden van collega’s in het leertraject Woonondersteuner veel extra tijd? Coördinerend verpleegkundige Tialda hoort die vraag vaak van collega’s op andere locaties. Haar antwoord is duidelijk: nee, niet als je je groep goed voorbereidt. Tialda begeleidde als coördinerend verpleegkundige van Villa It Riedhus de eerste pilotgroep woonondersteuners in haar woonhuis, onder wie Sonja en Manouk. In januari start ze met een tweede groep. In dit blog vertelt ze hoe ze dat aanpakt, en wat het oplevert voor haar team.
Waarom aarzelen sommige teams om te starten?
Niet elke locatie is even enthousiast om te beginnen met het leertraject. Vaak zit de aarzeling in de gedachte dat het begeleiden van een groep veel extra werk oplevert naast de reguliere taken. Tialda herkent die zorg, maar merkte in de praktijk iets anders.
“Ik denk dat je ze juist goed moet voorbereiden,” vertelt ze. “Goed uitleggen wat er gaat gebeuren en wat er van je wordt verwacht.” Ook belangrijk: deelname is bewust geen verplichting. Iemand moet het zelf leuk vinden om te doen, want het is tenslotte iets extra’s naast het gewone werk.
Hoe bereidt Tialda een groep voor?
Elke groep start met een kick-off en een nulmeting. Daarin brengt Tialda in kaart wat medewerkers willen leren en waar ze tegenaan lopen. Daarna volgen twee verplichte trainingsdagen en een aantal e-learnings.
Veel e-learnings hoeven medewerkers niet opnieuw te doen, omdat ze die al eerder volgden. Steunkousen aan- en uittrekken is landelijk niet verplicht binnen de opleiding, maar in Tialda’s woonhuis kozen ze er zelf voor om dit wel toe te voegen. “Ze waren er heel blij mee,” vertelt ze. “Dan heb je van tevoren al wat gelezen, en komt het niet helemaal nieuw binnen op de trainingsdag zelf. Dan kun je dieper ingaan op wat er in het lichaam gebeurt, waarom bepaalde vaten het niet goed doen, en waar je op moet letten en rapporteren.” Tijdens de trainingsdag zelf ontstond daardoor veel herkenning.
Wat gebeurt er op een trainingsdag?
Tialda vond het lesmateriaal vanuit het leertraject zelf te summier. Daarom maakte ze een eigen presentatie, gebaseerd op alle e-learnings die haar team al had gedaan. “Ze zijn geen niveau 3, dus ik kan niet zomaar een e-learning van niveau 3 gebruiken,” legt ze uit. Door de stof aan te laten sluiten op hun niveau, onthouden medewerkers het ook beter dan met de e-learning alleen.
Naast theorie is er veel ruimte om te oefenen. Wassen werd overgeslagen, omdat medewerkers dat al goed beheersten. Steunkousen en de tillift werden juist wel geoefend, tot iedereen zich zeker voelde.
Tialda nodigde ook een onafhankelijke cliëntenvertrouwenspersoon uit om aan te sluiten bij de trainingsdag. Samen bespraken ze stellingen over waarom bepaalde regels bestaan. Bijvoorbeeld: waarom mag een rolstoel niet zomaar op de rem, en waarom mag een deur niet op slot? “Dat was niet iets vanuit de opleiding zelf,” zegt Tialda. “Je moet er zelf een eigen draai aan geven om alles goed te behandelen.”
Hoe blijft de planning behapbaar?
Volgens Tialda zit de sleutel vooral in het op tijd plannen van data. Evaluatiegesprekken met de buddy, de medewerker en haarzelf plant ze ruim van tevoren in. Zo voelt ze onderweg geen tijdsdruk.
Ongeveer twee weken voor de eindevaluatie peilt ze al hoe het gaat: loopt iemand op schema, of is er extra hulp nodig? Heeft iemand toch wat meer tijd nodig dan de geplande drie maanden? Dan wordt dat in overleg opgelost. Ook de groepsgrootte maakt verschil. Tialda’s eerste groep bestond uit zes collega’s. Voor een volgende keer houdt ze het bij maximaal acht medewerkers. Zijn er ook medewerkers van andere locaties die willen aansluiten, dan kunnen het er maximaal 12 zijn.
Wat verandert er in hoe medewerkers werken?
Het grootste verschil ziet Tialda in hoe medewerkers signaleren. Één medewerker bijvoorbeeld was in het begin onzeker, en is nu juist heel zeker van zichzelf. “Voor het leertraject dachten medewerkers vooral: dit mag ik niet, dus dit doe ik ook niet,” vertelt Tialda. “Ze zagen de gevaren er ook niet altijd van in, zoals wat een wondje kan veroorzaken.”
Nu merkt ze dat medewerkers veel meer observeren. Ze zien bijvoorbeeld een plekje op een been, of merken op dat iemands huid te droog is en ingesmeerd moet worden. Ze dragen dit netjes over aan de verantwoordelijke dienst en rapporteren het zelf. Tegelijk weten ze goed dat de eindverantwoordelijkheid niet bij hen ligt. “Dat is wel heel mooi om te zien,” zegt Tialda.
Wat levert het de Verzorgende IG’ers en de planning op?
Normaal gesproken zijn er twee VIG’ers nodig voor de dag- en avond. Vooral in de zomer, met veel vakantiedagen, gaf dat weleens krapte. Nu kan het ook met één Verzorgende IG’er en twee getrainde woonondersteuners die ook handelingen mogen uitvoeren.
Dat geeft meer ruimte in de planning. Ook de Verzorgende IG’ers merken het verschil: zij hoeven niet meer alles zelf te doen, en houden daardoor tijd over voor andere taken. “We zien het echt als meerwaarde,” zegt Tialda. “En dat hoor ik ook terug van de Verzorgende IG’ers zelf.”
Zelf een groep begeleiden?
Tialda’s belangrijkste tip voor collega’s die twijfelen: houd het laagdrempelig en maak het niet ingewikkeld. Bereid je groep goed voor, sluit aan bij wat medewerkers al weten, en plan je data ruim van tevoren. Dan blijft het voor jou als begeleider goed te doen, en groeien je collega’s mee.
Overweeg je om zelf een groep te begeleiden op jouw locatie? Bespreek het met de praktijkbegeleider of de afdeling Leren en Ontwikkelen.
Veelgestelde vragen over het begeleiden van de opleiding Bekwaam is inzetbaar
Kost het begeleiden van het leertraject woonondersteuner veel extra tijd?
Niet als je de groep goed voorbereidt. Door data ruim van tevoren te plannen en evaluatiemomenten vast te leggen, blijft het voor de begeleider goed behapbaar.
Is deelname aan het leertraject verplicht voor medewerkers?
Nee. Medewerkers schrijven zich vrijwillig in. Het werkt het beste als iemand het zelf wil, omdat het iets extra’s is naast het reguliere werk.
Hoe groot mag een trainingsgroep zijn?
Een groep van zes collega’s werkte goed. Voor een volgende groep wordt maximaal acht aangehouden.
Wat als een medewerker een trainingsdag mist door ziekte?
De twee trainingsdagen zijn verplicht om bij te wonen en kunnen niet zomaar worden ingehaald. Bij ziekte wordt in de tussenevaluatie besproken of iemand meer tijd nodig heeft.
Welke voordelen merk je in de praktijk?
Medewerkers observeren en rapporteren beter, en voelen zich zekerder in hun werk. Daarnaast geeft het meer ruimte in de planning, omdat er minder afhankelijkheid is van Verzorgende IG’ers voor handelingen zoals steunkousen en de tillift.